 |
 Raadsverkiezingen (2)
Politiek
|
23 Januari 2010 | 20:19:59
 |
Ik ben er uit.
Niemand die reageerde op mijn vorige stukje, dus ik ben zelf maar gaan piekeren. En ik ben er uit.
Mensen klagen steevast over politiek omdat ze denken dat politici moeten doen wat zij vinden. En dat komt weer omdat politici in verkiezingstijd van alles beloven. En veel van die beloften kunnen ze niet waarmaken omdat in Nederland een partij nooit de meerderheid heeft. Er moet worden bestuurd met andere partijen en dus moet er water bij de wijn worden gedaan. En dat was voor de verkiezingen in het beste geval slechts mompelend bekend. En zo wordt 65 ineens 67. Om eens een voorbeeld te noemen.
Maar kiezers zijn daar natuurlijk even schuld aan als de politici zelf. Want elke kiezer weer dat we in Nederland coalities hebben en daarmee compromissen sluitende besturen.
Maar het probleem zit nog wat dieper, denk ik. Wie politiek actief is, ontdekt al snel dat de praktijk veel lastiger is dan het vanaf de zijlijn leek. Want tjonge, wat zijn er veel tegenstrijdige meningen en vooral belangen. En tjonge, wat zijn budgetten beperkt. En tjonge, wat zijn we opgezadeld met erfenissen uit het verleden. Het kamerlid, statenlid of raadslid krabt zich achter de oren en beseft dat de boe roepende burger geen idee heeft van hoe lastig het openbaar bestuur echt in elkaar zit.
In plaats van dat we die burger dat zeggen, dat we openhartig pleiten voor het vergroten van de kloof tussen burgers en politiek - in plaats daarvan gaan politici op de hurken zitten. In Jip en Janneketaal (vreselijk begrip, inderdaad) proberen ze een warme band op te bouwen met de van toeten noch blazen wetende burger. En maken het daarmee alleen maar erger.
Terwijl het zoveel eerlijker kan. 'Beste burger, u heeft er geen idee van hoe lastig het allemaal is. Dat geeft niet, want u mist de tijd, belangstelling of misschien wel de hersenen om het echt te snappen. En daarom kiest u volskvertegenwoordigers die wel tijd hebben, die het wel leuk vinden en die wel over een goed stel hersenen beschikken'. Dat zou de boodschap moeten zijn.
Maar wie dat roept, wordt niet gekozen. En dus roepen politici dingen waarmee ze wel worden gekozen. Om daarna de burger teleur te stellen. |
|
|
 |
 |
 Raadsverkiezingen (1)
Politiek
|
16 Januari 2010 | 11:48:55
 |
Zo halverwege de bijeenkomst in het buurthuis, liet één van de aanwezigen weten de bedoelingen van de organisator, ‘mijn’ politieke partij, niet erg te vertrouwen. “Jullie zijn hier alleen maar omdat er straks weer raadsverkiezingen zijn”, oordeelde de man. "Zieltjes winnen, daar is het om te doen."
Burgers zijn in het algemeen nogal eens sceptisch over het moreel van politici. Lokaal is dat weinig anders – dat veel mensen zich onbezoldigd inzetten voor partijen en daarmee indirect voor hun woonplaats doet daar blijkbaar weinig aan af. Zelf ben ik een jaar of twee, drie actief in een partij en in die tijd heb ik geleerd dat het om veel werk gaat en ook nog eens om belangrijk werk. Want lokale politici krijgen nogal wat op hun bordje. Moet er nu wel of geen randweg aan de zuidkant van de gemeente komen bijvoorbeeld? Hoe zorgen we ervoor dat de gemeente goed functioneert terwijl het Rijk forse bezuinigingen op het gemeentefonds heeft afgekondigd? Gaan we nu wel of niet meer winkels laten bouwen?
Van die dingen.
Een beetje raadslid wik en weegt en laat dat wikken en wegen gepaard gaan met gesprekken met de mensen waar het om gaat. Ik ben van een partij die met enige regelmaat op de zaterdagse markt te vinden is om daar met dorpsgenoten in gesprek te gaan. Daarnaast houden we één keer per zes weken bijeenkomsten, zoals die in dat buurthuis. Die bijeenkomsten houden we niet alleen als de verkiezingen er aan staan te komen. Die houden we jaar in jaar uit. Daar worden we persoonlijk geen cent wijzer van. We doen dat omdat we het belangrijk vinden, omdat we het leuk vinden en omdat iemand het moet doen.
Maar hoe komt het toch dat zoveel mensen zich zo laatdunkend uitlaten over de oprecht goede bedoelingen en forse inspanningen van al die vrijwilligers? Ik lees het graag van u.
Wordt vervolgd. Denk ik.
|
|
|
 |
 Wie betaalt uw rijbewijs?
Politiek
|
13 Januari 2010 | 16:21:52
 |
Wie in de supermarkt een pak koffie koopt kan er zeker van zijn dat met het aankoopbedrag de kosten om dat pak te maken en te verkopen zijn betaald. Het plukken en malen van de bonen, het verpakken ervan in grote zakken en later in handzame pakken zonder lucht, het transport naar fabrieken en winkels: het zit allemaal in de verkoopprijs.
Een rijbewijs is net als een pak koffie een product. Wie koffie wil, zal zelf de aanschaf van dat pak moeten betalen. En wie een rijbewijs wil, zal zelf voor de kosten daarvan moeten opdraaien.
Bij veel gemeenten werkt dat anders. Daar hebben ze bedacht wat een redelijke prijs is voor een rijbewijs en die prijs is vaak lager dan de kosten die ermee gemoeid zijn om dat rose ding aan te bieden. Voor bouwvergunningen, paspoorten, uitreksels geboorteregister en andersoortige paperassen geldt hetzelfde. Niet de kostprijs is maatgevend, maar wat wordt beschouwd als een billijke marktprijs.
Sympathiek, producten onder de kostprijs leveren. Maar de gemiddelde belastingbetaler is de dupe. Want al dat geld dat er bij moet, komt uit de grote zak geld van de gemeente. En die zak is vooral gevuld met belastingopbrengsten. Geld van u en mij. En dus betalen u en ik het rijbewijs van uw of mijn buurman.
In mijn gemeente hebben burgemeester en wethouders bedacht dat het met dat oneerlijke systeem maar eens afgelopen moest zijn. Ze rekenden uit wat dat rijbewijs echt kost en kwam zo tot een prijsverhoging die er procentueel gezien niet om liegt. Dat komt er van als je jarenlang je spullen zo ongeveer weggeeft.
En toen begon de gemeenteraad moord en brand te schreeuwen. Want zo'n forse verhoging, dat was oneerlijk, vonden de partijen van links naar rechts. Het gemeentebestuur lijkt overstag te gaan en stelt nu een lagere prijsverhoging voor. Eentje die er voor zorgt dat er nog steeds geld bij moet. Geld van u en van mij.
Maar de politieke partijen mogen tevreden zijn. Ze spelen sinterklaas van uw en mijn geld en voorkomen zo een verkiezingsnederlaag. |
|
|
 |
 Pas op!
Maatschappij
|
11 Januari 2010 | 23:56:17
 |
Een weerman adviseerde me onlangs op Radio 1 om, als ik dan zo nodig toch met de auto weg moest, dekens en voedselvoorraaden mee te nemen. Want je wist maar nooit.
Voedselvoorraden. De laatste keer dat iemand daaraan refereerde was in 1999. Maurice de Hond liet via tig media Nederland weten dat op 1 januari 2000 alle computers zouden doorbranden en dan zou niks het meer doen. De kelders moesten we volproppen met blikvoer en flessen water. Hij had het voor zijn eigen ouders ook geregeld. Die arme ouders eten nu, tien jaar later, vast nog muffe haché uit blik. Of, ook erg: Smac.
We worden met zijn allen steeds banger. Bang voor gladheid en sneeuw. Bang voor computers. Voor griepvirussen, buitenlanders, goedkope lonenlanden, Geert Wilders, recessie, het verkeer. En uit angst gaan we elkaar waarschuwen. Bijtringen voor babies zijn volgens de verpakking ongeschikt voor kinderen onder de 3 jaar, televisieprogramma's worden voorafgegaan door icoontjes waarin wordt gewaarschuwd voor bliksemschichten, spinnen en blote voeten en vandaag bleef half werkend Nederland uit angst voor verkeersdrukte thuis.
Dank aan al die automobilisten. Ik kon vanmorgen lekker opschieten.
'Van leven ga je dood', vertelde een kennis me jaren geleden. En zo is het maar net. |
|
|
 |
 Geen idee
Persoonlijk
|
08 Januari 2010 | 12:22:11
 |
Ik stond in de rij op een druk bezochte receptie om iemand de hand te schudden die met pensioen ging. Een lange rij, want een best wel belangrijk man. Directeur van het een of ander. Naast me stond daar plots een oude bekende, iemand die ik al een paar jaar niet meer had gesproken. Zo iemand waarbij je zelfs even moet denken hoe hij ook al weer heet. Waarbij je besluit om maar alvast te gaan babbelen, want dat dan al pratend die naam vast wel zal opborrelen.
‘Hé, hoesturmee?’, begon ik de hand uitstekend het gesprek. En dan verwacht je een antwoord als ‘Goed, en met jou?’ Maar niet dit keer, niet met deze man. Want het ging slecht, zijn vrouw was ernstig ziek. Zo ernstig dat het met haar niet meer goed zou komen.
En dus schrik je, laat je zien dat je schrikt, vraag je oprecht belangstellend door over hoe lang ze al ziek is, wat de doktoren en er van hebben gezegd en hoe ze zich er samen al dan niet doorheen slaan. En vervolgens zeg je dat je je goed kunt voorstellen dat hij en zijn vrouw het enorm zwaar hebben.
En daar ging het gesprek mis.
‘Dat kun jij je helemaal niet voorstellen! Je hebt geen idee!’ En dat dan met stemverheffing. Ik schrok weer (net als wat mensen voor en achter ons in de langzaam verder schuifelende rij), liet weer zien dat ik schrok en stotterde iets in de trant van ‘Daar heb je vast gelijk in, maar je maakt het me wel erg moeilijk om goed te reageren. Ik weet misschien inderdaad niet hoe zwaar het is, maar welke reactie was dan wel passend geweest?’
Dat hielp niet echt.
Later zag ik hem met een ander praten. Ik hoorde zijn nieuwe gesprekspartner vertellen over dat ze weduwe was en hoe ze haar man nog enkele dag miste.
Misschien moet ik wachten tot een dierbare van me overlijdt en hem dan nog eens opzoeken. ‘Goed nieuws: ik snap het nu wel’. En dan meteen even vragen hoe ie heet.
|
|
|
 |
 Ik wou dat ik Acda en De Munnik was
Muziek
|
07 Januari 2010 | 14:23:06
 |
Veldhuis en Kemper. Ik heb ze voor het eerst live gezien. Ik had van tevoren besloten dat ik ze niks zou vinden en het heeft me geen moeite gekost om dat zo te houden.
Veldhuis en Kemper willen dat ze jou zijn. Dat zongen ze in het hitje van zeven jaar geleden waarmee ze gisteren probeerden een zaal vol ondernemers mee te laten zingen. De grapjes over de verkoop van vibrators ('Gat in de markt!' en nog iets over marktpenetratie) gingen er bij de gniffelende dames en heren nog wel in, maar meebrallen dat we willen dat we wel de ragout en niet de pastei zijn of andersom - nou nee.
Veldhuis en Kemper, dat was het duo dat je tot voor kort boekte als je Acda en de Munnik niet kon betalen. Zoals je Lesley Williams belt als André Hazes te duur of te dood is.
En juist daar zit het probleem met dit duo. Niet dat ik hun liedjes maar zozo vindt en hun grappen flauw, want dat is een kwestie van smaak (ik zeg het maar voor lezers gaan schrijven dat ze de liedjes lekker wel mooi vinden en hun grappen wel om dubbel van te liggen). Het probleem is dat Veldhuis en Kemper zichzelf niet zijn. Ze spelen dat ze liedjesmakers zijn. Ze spelen dat ze cabaretiers zijn. En nog erger: ze spelen dat ze de liedjesmakers en grappenmakers Acda en De Munnik zijn.
Ze willen niet dat ze, zoals ze zingen, 'niet de plank, maar de strijk' zijn. Welnee, ze willen dat ze niet Veldhuis en Kemper maar Acda en De Munnik zijn. En laten dat avond aan avond zien, podium na podium.
|
|
|
 |
 Dat belooft wat
Ikbennieuwhier
|
07 Januari 2010 | 00:04:00
 |
Het ging al meteen mis. Bij mijn eerste stukje. Ik was halverwege met vertellen dat ik die blogs eigenlijk maar zo-zo vind en toen klapte mijn internet er uit.
Dat belooft wat.
Nou geloof ik sinds kort niet meer in toeval en heb ik mezelf wijsgemaakt dat alles een reden heeft. Dus dat internet er uit klapte net toen ik ging vertellen waarom blogs maar zo-zo zijn, dat moet wel een soort van waarschuwing zijn geweest. Dat een hogere macht me wil zeggen dat ik er maar mee moet stoppen. Want een blog over de onzin van blogs, daar zit niemand op te wachten.
Ik probeer het nog een keer en dan nu korter dan in mijn vorige afgebroken versie (je weet maar nooit, voor ik het weet klapt mijn verbinding er weer uit). Wie vroeger iets wilde publiceren moest over een hoop talent, opleiding of ervaring beschikken. En als het even kon alledrie. Om schrijver te worden moesten kritische uitgevers worden overtuigd, om journalist te worden moest je eerst langs het hoofd PZ en de hoofdredacteur van de krant. Om daarna onderaan te beginnen met de honderdste verjaardag van oma Rietje. "Elke dag een borreltje jongen, dat is mijn geheim."
En toen was er internet. En mag iedereen publiceren. 'Ik publiceer, dus ik besta', lijkt het devies. En dat vond ik tot voor kort maar niks. Want tjonge, wat schrijven een hoop bloggers onzin. En bijna net zo erg: wat donderen ze een hoop spelfouten op het web. Dat hele bloggen, ik vond het tot voor kort maar niks.
Tot ik een blog van een goede bekende op punt.nl vond. En me er op betrapte dat ik die stukjes altijd las, geen aflevering oversloeg. En me ineens helemaal niet meer afvroeg of die stukjes nut hebben. Toen begon het te kriebelen. Kreeg ik aandrang om zelf te schrijven.
En vijf minuten later had ik mijn blog geopend. Met nog nul lezers, gok ik. Geeft niks. Want ik publiceer, dus ik besta.
|
|
|
|
|
|